Pedagogisch werkplan
 
Peuterspeelschool Varik
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

 
Inhoud
 
1 Inleiding. 3
1.1       Doel 3
2     Pedagogische visie en handelen. 3
Vrijwilligers. 4
2.1 Ontwikkelingsstimulering. 4
2.1.1 Lichamelijke en emotionele veiligheid en welbevinden. 4
2.1.2 Ontwikkelen van persoonlijke competenties. 5
2.1.3 Ontwikkelen van sociale competenties. 6
2.1.4 Wennen. 7
2.1.5 De groepsindeling. 7
2.1.6 Dagritme. 7
2.1.7 Lokaalindeling. 8
2.1.8 Spelmateriaal 8
2.1.9 Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 8
2.1.10 Activiteiten. 8
2.2 Verzorging. 9
2.2.1 Veiligheid en welbevinden. 9
2.2.2 Eten en drinken. 9
2.3       Fysieke veiligheid en gezondheid. 9
2.3.1 Vier ogen principe. 10
2.3.2 Achterwachtregeling. 10
2.4       Overdracht van normen en waarden. 10
2.4.1 Verschillende culturen, geloven en identiteit 10
2.4.2 Taalbeleid. 11
2.5       Volgen en signaleren. 11
2.5.1 Observeren van kinderen. 11
2.5.2 Kinderen die opvallen. 12
3     Ouders. 13
3.2 Meepraten en adviseren in de ouderraad. 13
3.3       Klachtenregeling. 13
4     Externe contacten. 13
4.1 Overdracht naar de basisschool 13
4.2 Deelname aan een brede school 14
4.3 Consultatiebureau en CJG.. 14
 
 

 

 
 
 
 
 
 
 
 

1 Inleiding

 
In dit pedagogisch werkplan beschrijven we de algemene werkwijze van de pedagogisch medewerkster van peuterspeelschool Varik. Dit werkplan is nauw verbonden aan het pedagogisch beleidsplan van de Stichting Peuterspeelzalen Gemeente Geldermalsen (SPGG).
Het doel van dit werkplan is om een brug te slaan tussen beleid en praktijk en is daarmee gericht op de uitvoeringssituatie. Het werkplan houdt in:
  • het zichtbaar maken hoe er gehandeld wordt op de peuterspeelzaal
  • dat de pedagogisch medewerker in staat is haar handelen met de vrijwilliger af te stemmen
  • dat de ouders van de kinderen worden geinformeerd over de manier waarop er binnen de speelzaal gewerkt wordt
  • dat de grenzen van de dienstverlening aangeven worden.
 

1.1Doel

 
Het doel van de peuterspeelzaal is om peuters van 2 tot 4 jaar samen te laten spelen onder deskundige leiding. De groepen bestaan uit maximaal 16 peuters. De leiding bestaat uit 1 pedagogisch medewerker en een hulpouder per groep. Een kind kan 1 tot 3 ochtenden per week naar peuterspeelschool Varik komen, namelijk op de maandag-, donderdag- en vrijdagochtend.
Op de peuterspeelzaal kan uw kind samen met leeftijdsgenootjes spelen en deelnemen aan activiteiten. Wij helpen uw kind in zijn of haar ontwikkeling op de weg naar het basisonderwijs. De activiteiten worden aangepast op het niveau van uw kind. Ieder kind is anders en van ieder kind is er maar één! Onze pedagogisch medewerker doet haar werk met veel passie en uw kind kan hierdoor spelen, ontdekken en daardoor groeien.
Terwijl onze peuters heerlijk spelen met het speelgoed en allerlei materialen, leren ze spelenderwijs heel veel, bijvoorbeeld:
  • Omgaan en rekening houden met elkaar, speelgoed delen of er samen mee spelen.
  • Gezellig met elkaar een verjaardag vieren, lekker met z’n allen zingen en snoepen van de meegebrachte traktatie
  • Tijdens het (gezamenlijke) knutselen, leren ze verschillende materialen kennen en ze kunnen zien hoe de andere peuters bijv. verven of kleien en daar weer van leren
  • De kringgesprekken zijn een goede gelegenheid om eens te horen wat andere peuters hebben meegemaakt en om gevoelens en belevenissen onder woorden te leren brengen
 
Op deze manier is de pedagogisch medewerker elke dag bezig om de ontwikkeling van onze peuters te stimuleren.
Onze locatie bevindt zich bij de openbare basisschool Burgemeester Westerbeek van Eertenschool en beschikken over een eigen binnen en buitenruimte.

 

 

2Pedagogische visie en handelen

 
Peuterspeelschool Varik is bestemd voor alle peuters in Varik-Heesselt (en omgeving). Door het creëren van een warme, vertrouwde sfeer, zal het vertrouwen van de peuters gewonnen worden en zullen zij zich vrij (gaan) voelen. Deze sfeer wordt gecreëerd door het geven van structuur in een vaste ochtendindeling, regelmaat, duidelijke regels en aandacht. Hierdoor kunnen de peuters zich optimaal ontwikkelen op emotioneel, sociaal, verstandelijk en motorisch gebied. Peuterspeelschool Varik biedt peuters de mogelijkheid tot ontmoeting en contact. De kinderen doen hun eerste ervaring op in het spelen met andere kinderen, wat van essentieel belang is voor de ontwikkeling. Door een groot aantal activiteiten en spelletjes aan te bieden, laten wij kinderen spelenderwijs hun omgeving en beetje bij beetje de buitenwereld verkennen. De activiteiten en spelletjes sluiten nauw aan bij de leefwereld, de belangstelling en de mogelijkheden van de kinderen. De kinderen ontwikkelen op deze manier spelenderwijs vaardigheden, die te maken hebben met taal en sociale omgangsnormen.
In alle activiteiten zijn de volgende doelen terug te vinden:
  • Samen spelen / samen delen
  • Aandacht voor elkaar
  • Openstaan voor elkaar
  • Leren luisteren naar elkaar
  • Leren de aandacht te delen
 

Vrijwilligers

 
In elke groep is er naast de pedagogisch medewerker ook een hulpouder aanwezig. Dit is de ouder van één van de peuters die volgens een ouderrooster wordt ingedeeld. Op deze manier wordt de ouderbetrokkenheid gestimuleerd.
De hulpouder ondersteunt de pedagogisch medewerker en valt onder haar verantwoording. De pedagogisch medewerker blijft te allen tijde het aanspreekpunt voor ouders.
De taken van de hukpouder zijn o.a. de peuters begeleiden en verzorgen zoals verderop in 2.1.1., 2.1.2., 2.1.8 en 2.2 staat beschreven.
 
Voor de peuters en natuurlijk ook voor de pedagogisch medewerker is het erg fijn dat er iemand aanwezig is die aandacht kan geven wanneer de pedagogisch medewerker bezig is. Voor het kind van hulpouder is het extra leuk want hij / of zij mag dan die ochtend de appels uitdelen.
 

2.1 Ontwikkelingsstimulering

 
Doordat we zowel individuele als groepsgerichte aandacht geven, krijgt het kind de kans zich zo volledig mogelijk te ontplooien en stimuleren we de algehele ontwikkeling optimaal. Hierbij bekijken we of de ontwikkeling goed verloopt, zodat eventuele problemen of achterstanden vroegtijdig kunnen worden onderkend.
 

2.1.1 Lichamelijke en emotionele veiligheid en welbevinden

 
Door de peuter emotioneel te ondersteunen zorgt de pedagogisch medewerker ervoor dat het kind zich snel veilig en geborgen voelt. Dat doet zij door goed naar het kind te “luisteren” en te kijken naar de lichaamstaal om het goed te kunnen begrijpen. Tegen een kindje dat moeite heeft met afscheid nemen, geeft de pedagogisch medewerker woorden aan het gevoel: “Je vindt het niet leuk dat je mama weg gaat, dat begrijp ik best, daar word je verdrietig van. Je mag best even huilen hoor”.
Als een peuter huilt vragen zij wat er aan de hand is. Heeft de peuter zich misschien pijn gedaan, of is het boos of verdrietig? We willen hiermee bereiken, dat de peuter zijn emoties leert benoemen en zich begrepen voelt. Door samen met de peuter te onderzoeken wat er aan de hand is willen we bereiken dat de peuter zich begrepen voelt. Als een peuter erg boos of driftig is zal het door deze aanpak eerder tot rust komen. Door het kind veelvuldig te prijzen versterk je het zelfvertrouwen en stimuleer je de zelfstandigheid van het kind.
 
Een peuter gedijt het best in een omgeving die duidelijke grenzen en regels heeft, doordat hij zich daar veiliger in voelt.
Op de speelzaal gelden soms dezelfde maar soms ook andere regels dan thuis. Er zijn 3 regels opgesteld die fundamenteel zijn voor een veilige en gezellige peuterspeelzaal:
  • Samen spelen, samen delen
  • We ruimen samen op
  • We luisteren samen naar elkaar
 
Door tijdens het spelen te verwoorden en uit te leggen wat er gebeurt en waarom, worden regels snel duidelijk voor de peuter en voelt het zich snel thuis. De pedagogisch medewerker kan zeggen: “We gaan dadelijk buiten spelen, maar eerst ruimen we alles op”. Door duidelijk aan te geven wat de regels zijn en grenzen te stellen, weten peuters waar zij aan toe zijn en zullen zich daardoor veilig voelen. Er worden duidelijke regels gehanteerd met betrekking tot sociaal verkeer en gebruik materiaal.
Vanzelfsprekend houden wij bij de toepassing van de regels rekening met de ontwikkelingsfase van de peuter. Een tweejarige heeft vaak nog heel vluchtig speelgedrag, doordat hij/zij zich nog niet zo lang achter elkaar kan concentreren. Je kunt dus nog niet van hem/haar eisen zich een half uur lang met een puzzel bezig te houden of op de stoel te zitten in de kring.
 

2.1.2 Ontwikkelen van persoonlijke competenties

 
Het is voor de ontwikkeling van de peuter van belang zoveel mogelijk ruimte te krijgen om zelfstandig te worden. Hoe meer peuters zelf kunnen ondernemen, hoe meer moed en zelfvertrouwen ze ontwikkelen. En dat laatste is de beste stimulans om weer verder te groeien. Om groot te worden, zich gelukkig te voelen en plezier in het leven te hebben, is een positief gekleurd zelfbeeld onmisbaar. Om dit positieve zelfbeeld te stimuleren prijzen wij de peuters bij positief gedrag. Wij laten de peuters zoveel mogelijk zelf proberen, bijvoorbeeld zelf zijn jas aandoen of een puzzel helemaal zelf maken. Hierbij houden wij rekening met de leeftijd van de peuter en wat de peuter eventueel al zelf kan. Wij hebben het lokaal  zo ingericht dat de peuters ongestoord kunnen spelen. Hiervoor hebben wij hoeken gecreëerd.
Om de creativiteit te stimuleren leggen wij materiaal op tafel waarmee zij bijvoorbeeld kunnen plakken, tekenen of kleuren. De peuters kunnen zelf bepalen of ze ermee willen spelen.
De eigen inbreng van de peuter vinden wij belangrijk bij de keuze van het speelgoed. Willen ze met iets spelen wat niet is klaargelegd, dan kunnen ze erom vragen.
Wanneer we met zijn allen een gezamenlijke activiteit (verven, kleien) ondernemen, stimuleren we de peuters om hieraan mee te doen.
We laten de peuters zelf het materiaal ontdekken door zo min mogelijk voor te doen. Met kleien bijvoorbeeld kan de peuter bezig zijn met ogenschijnlijk nutteloze handelingen. Hij maakt friemeldingetjes, prikt gaatjes in de klei. De peuter leert zo de eigenschappen van het materiaal kennen. Als de pedagogisch medewerker vraagt wat hij gemaakt heeft, blijkt het in de fantasie van de peuter heel wat voor te stellen.
Het prijzen van dit ontdekkingsgedrag vergroot het plezier erin.
 
Zelfredzaamheid en identiteit
Om de identiteit te stimuleren gebruiken we regelmatig de voornaam en de achternaam van het kind. Zo leert de peuter wie hij is, hoe hij heet en dat hij iemand is. Wij trachten ook een positief imitatievoorbeeld te geven en mede door het aanwezige materiaal kan het imitatiespel en de ontwikkeling van de identiteit van het kind goed tot zijn recht komen. Het zelfvertrouwen vergroten we door het kind kleine opdrachten te geven die passen bij zijn ontwikkelingsniveau, hem te laten ervaren wat hij al kan, hem te prijzen als hij iets goed doet, of hem te helpen waar dat nodig is. Dagelijks werken we aan de zelfstandigheids- en de zelfredzaamheidstraining, zoals zelf handen wassen, zelf jas aantrekken en zelf broek ophalen, maar ook zelf een puzzeltje maken of zelf iets opruimen. Hierbij letten we op wat het kind al kan en waar hij op dat moment aan toe is. Doordat we genoeg ruimte geven voor zelfstandigheid en het kind laten weten dat hij fouten mag maken, wordt de zelfstandigheid gestimuleerd. Een kind dat uit ervaring weet dat hij fouten mag maken, durft er voor uit te komen dat hij iets niet weet of niet kan.
 
Emotionele competenties
Basisvoorwaarde voor een gunstige ontwikkeling in algemene zin van elk kind is een goede sociaal-emotionele ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is het belangrijk dat kinderen zich veilig en geborgen voelen. Lichamelijk of verbaal geweld door volwassenen of door kinderen wordt dan ook niet getolereerd. Er wordt op respectvolle wijze met het kind omgegaan. Zo wordt er niet over de hoofden van de kinderen heen gesproken. Eventuele problemen worden onder vier ogen besproken. Door positief in te gaan op blijdschap, verdriet, woede, angst en onverschilligheid wordt de ontwikkeling van het leren kennen van de eigen gevoelens, het hiermee om kunnen gaan en deze gevoelens aan anderen duidelijk (durven) maken gestimuleerd. De gevoelens van de peuter worden serieus genomen, er wordt naar hem geluisterd en met hem meegeleefd. De leidster denkt vanuit het kind en laten de peuter merken dat ze hem begrijpen.
 
Cognitieve competenties
Kinderen leren spelenderwijs de wereld om zich heen te ontdekken. Door middel van puzzels, spelletjes, kleuren en vormen proberen we het denkvermogen te stimuleren. Ook voorleesboeken en seizoensthema’s spelen hierbij een rol. Het helpt de peuter met het leren waar te nemen, te ordenen en te sorteren. Het zelfstandig bedenken van oplossingen voor problemen door het kind is van groot belang in de verstandelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door zelf een puzzel proberen te maken.
 
Taal en communicatieve competenties
De taal- en spraakontwikkeling speelt een grote rol in de peuterspeelzaal. Zowel individueel als groepsgericht stimuleren we de taal- en spraakontwikkeling. Een goede taal- en spraakontwikkeling is de basis voor het lezen, schrijven en rekenen, dus voor alle schoolvakken en de verdere toekomst. Deze voorschoolse aandacht voor taal is zeker ook belangrijk voor kinderen van andere culturele achtergronden die thuis een andere ‘taal’ spreken.  Het aanleren van de Nederlandse taal gebeurt spelenderwijs en in de vorm van boekjes voorlezen, verhaaltjes vertellen, liedjes zingen, voorwerpen benoemen, gesprekjes voeren met de kinderen en in de alledaagse omgang met elkaar.
 
Motorisch en zintuiglijke competenties
De lichamelijke of motorische ontwikkeling is onder te verdelen in de grove motoriek (lopen, klimmen, springen, e.d.) en de fijne motoriek (pakken, vasthouden, bouwen, e.d.). We bieden de kinderen afhankelijk van het soort motoriek verschillende soorten materiaal aan. Om de lichamelijke ontwikkeling te stimuleren krijgen de kinderen de ruimte om zowel binnen als buiten bezig te zijn met bewegen. Wanneer een kind de fijne of de grove motoriek wat minder beheerst, proberen we het kind daarin te stimuleren.
 
Creatief-beeldende competenties
Vrij spelen en expressieactiviteiten zijn een belangrijk onderdeel in de peuterspeelzaal. We laten de kinderen zoveel mogelijk hun gang gaan tijdens de activiteiten. De pedagogisch medewerker stimuleert de kinderen door zelf mee te doen en een voorbeeld te zijn voor de kinderen die nog niet goed weten wat ze kunnen doen. De pedagogisch medewerker zal de kinderen laten kennis maken met verschillende soorten materialen en laten experimenteren met creatieve middelen. Daarnaast maken we gebruik van andere expressiematerialen zoals muziekinstrumenten en CD’s.
 

2.1.3 Ontwikkelen van sociale competenties

 
Onder sociale omgang verstaan wij alle intermenselijke relaties. Sociale omgang wordt gekenmerkt door respect, rekening houden met een ander, maar ook opkomen voor jezelf.
De pedagogisch medewerker is er van  bewust van de voorbeeldfunctie die zij vervult. Kinderen en vooral peuters hebben een sterke neiging alles wat ze zien en horen te imiteren en dat is goed, want zo leren zij namelijk heel veel. Als de pedagogisch medewerker altijd dag en tot ziens zegt bij het komen en gaan en dank je wel als de peuter iets voor haar doet, zullen de peuters deze manier van doen overnemen. Ons gedrag is geduldig en vriendelijk naar de peuters toe. Dit heeft invloed op de manier waarop de peuters zich ten opzichte van elkaar gedragen.
Natuurlijk kennen peuters nog niet alle regels van het sociale verkeer en daarom gaat er af en toe wel eens iets mis. Over hoe we hier mee omgaan kunt u lezen onder het kopje ‘emotionele  compenties’.
Door tijdens het spelen gedrag van peuters en pedagogisch medewerkster te benoemen en te verklaren, zullen de peuters dit begrijpen en ermee om leren gaan.
 

 

 

 

2.1.4 Wennen

 
De peuter krijgt rustig de gelegenheid om vertrouwd te raken met de nieuwe omgeving van de peuterspeelzaal. Zeker de eerste keer is het voor het kind prettig en veilig om een ouder bij zich te hebben om zo samen de groep, de pedagogisch medewerker, de ruimte en het speelmateriaal te verkennen. De ouder blijft minimaal 2 maal een dagdeel bij haar kind om op deze manier het kind gemakkelijker aan de overschakeling van thuis, naar twee ochtenden peuterspeelzaal te laten wennen. De pedagogisch medewerker bespreekt met de ouder hoe de eerste dagdelen voor het kind zijn verlopen. In samenspraak met elkaar wordt het weggaan van de ouder voorbereid en begeleid. In het belang van het kind zal het afscheid nemen kort moeten worden gehouden. Veelal zwaait het kind samen met de pedagogisch medewerker de ouder uit. Vaak worden kinderen van het lange afscheid nemen onzeker. Wanneer het afscheid moeilijk is wordt de ouder ook altijd even gebeld om te vertellen hoe het nu gaat met het kind. Dit is een geruststelling voor de ouder.
 
Wanneer een peuter gebruik gaat maken van een ander of extra dagdeel, wordt met de ouder besproken of het voor het kind nodig is om te wennen.

2.1.5 De groepsindeling

 
De peuterspeelzaal is drie ochtenden geopend (maandag- , donderdag- en vrijdagochtend) van 8:30 tot 12:00 uur en er zijn peuters aanwezig in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Deze opbouw heeft als voordeel dat de integratie van de jongste peuters geleidelijk door het jaar plaats vind. De wat langer in de groep aanwezige kinderen worden zo het voorbeeld voor het nieuwe kindje. .De ouders hebben de keuze op welke dagdelen en hoe vaak zij hun kind willen brengen. Onze voorkeur gaat uit naar minimaal 2 dagdelen. Er wordt maximaal 16 peuters opgevangen per dagdeel en de pedagogisch medewerkster begeleidt samen met een hulpouder de peuters. Mocht blijken dat een peuter het binnen een groep niet naar zijn zin heeft, dan wordt met de ouders besproken of het wenselijk en zinvol is om van een ander dagdeel gebruik te gaan maken.
 

2.1.6Dagritme

De indeling van een ochtend heeft een min of meer vast programma. Door deze regelmaat en duidelijkheid weet een peuter waar hij aan toe is. De ochtendindeling ziet er als volgt uit:
 8.30 uur          Ontvangst peuters        Ouders kunnen met hun kind een puzzel maken.
 9.00 uur          Creatieve activiteit       Opening van de ochtend door de namen te noemen van de
 aanwezige peuters. Vervolgens wordt gestart met een creatieve activiteit waaraan alle peuters meedoen. Als de peuter vindt dat hij klaar is met de activiteit dan kan hij vrij gaan spelen.
10.15 uur         Opruimen                     Alle kinderen pakken elkaar bij de hand en zingen een liedje.
                                   Vervolgens helpen alle peuters mee met opruimen.
10.30 uur          Kring                           Alle kinderen gaan aan de tafel zitten. Er worden liedjes
                                                           gezongen, verhaal voorgelezen en de peuters mogen zelf iets
                                                           vertellen of wordt ze iets gevraagd. Ook wordt er melk
                                                           gedronken en appels gegeten.
11.00 uur          Plassen en jassen aan De kinderen gaan plassen (behalve de kinderen met luiers
                                   om) en trekken hun jassen aan, zelfstandig of met hulp.
11.15 uur          Buiten spelen               De kinderen gaan buiten spelen, tenzij het slecht weer is. Dan
                                   gaan zij binnen een actieve activiteit doen.
  1. – 12.00 uur                              De kinderen worden opgehaald.
 

 

2.1.7 Lokaalindeling

 
De peuterspeelzaal heeft 1 ruimte waarin de kinderen veel ruimte hebben om zich te bewegen. De ruimte is praktisch en overzichtelijk ingedeeld. Alle activiteiten kunnen zonder problemen plaats vinden in deze ruimte. Voor de pedagogisch medewerkster is dit prettig omdat ze op elk moment kan overzien waar de kinderen zich bevinden en wat zij doen. Ook vanuit de toiletruimte kan het lokaal via een raam worden overzien.
Als u binnenkomt ziet u dat we in lokaal verschillende hoeken hebben gecreëerd, waar diverse speelmaterialen en speelsituaties worden aangeboden. In de themahoek bevinden zich materialen die passen binnen het thema, soms is de hoek ingericht als winkel en een andere keer als ziekenhuis.
In de auto hoek is alles te vinden op het gebied van auto’s: autospeelkleed, etc. Er is een creatieve hoek, een spelletjeshoek, puzzelhoek en voorleeshoek.
De kinderen wordt geleerd de materialen zo veel mogelijk te laten in de hoek waar ze horen. Dit schept duidelijkheid omtrent de spelfunctie van de hoeken en voorkomt onrust in de loop van de speelochtend.
 
Tevens is er voor de kinderen een grote, met hekken omheinde buitenspeelruimte. Op de buitenspeelplaats staan verschillende speeltoestellen waarvan de kinderen gebruik kunnen maken.
 

2.1.7Spelmateriaal

 
Het volgende materiaal is onder andere aanwezig:

- Constructiemateriaal: Duplo, Houten blokken, Peutermecanno  in verschillende maten.

   Vormensplanken en mozaikplanken;
- Knutselmateriaal: Charmotte klei, klei, waterverf, plakkaatverf,  vingerverf. Prikmaterialen, stiften, krijtjes ,kleurpotloden, kralen, rietjes;
- Verschillende soorten papier en waardeloos materiaal zoals wc rollen keukenrollen doosjes etc;
- Zand:  Zand gebruiken we bijna niet binnen  maar buiten in de zandbak zit speelzand dat 1 keer per 2 jaar wordt ververst

2.1.9 Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

 
Peuterspeelschool Varik biedt geen voorschoolse educatie aan, maar er wordt wel getracht om de ontwikkeling van alle peuters zodanig te stimuleren dat hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot.
 

2.1.10Activiteiten

 
Buiten spelen
Buiten kunnen de kinderen schommelen, wippen en op de glijbaan, Ook worden er verschillende soorten fietsjes en auto’s buiten gezet. Vaak gaat er ook een bal mee naar buiten.
Er wordt gekeken of de kinderen spelen en anders spelen we mee door een bal of kringspel te doen voor kinderen die dit willen. Stoepkrijt en bellenblazen doen we meestal in de zomer en de lente omdat het te koud is om op de grond te zitten.
Hier geldt de regel: niet op toestellen of muren tekenen.
 
Groepsactiviteiten
Voorlezen en zingen is altijd een vaste dagactiviteit. Maar ook de bewegingsactiviteiten zoals kringspel (binnen), muziek maken en dansen. Bij slecht weer gymactiviteit met de wescoblokken.
Activiteiten buiten de speelzaal
Een bosuitje en naar de boerderij zijn de vaste uitjes.
We gaan altijd naar het bos met voldoende ouders. Elke ouder heeft 3 kinderen onder haar of zijn hoede, Deze kinderen worden vervoert in autostoeltjes en niet meer dan 3 kinderen per auto en deze kinderen zitten achterin. Ook gaat er altijd een extra auto mee voor noodgevallen.
Naar de boerderij gaan minder ouders mee omdat op de boerderij voldoende begeleiding is. Ouders brengen hun peuter dan zelf naar de boerderij en halen hem of haar daar ook weer op.
Als we naar de geitjes gaan hier in de straat gaan we met de groep van die dag en dan gaat er naast de hulpouder ,en meestal de stagiaire, ook een extra ouder mee. Het is over de stoep 200 meter lopen.
Vieringen
Rituelen geven de kinderen vastigheid, bijvoorbeeld een liedje voor het opruimen, drinken en plassen. Ook aan feesten, zoals het Sinterklaasfeest, het Kerstfeest en Paasfeest wordt aandacht besteed. De viering wordt aangepast aan de leeftijd van de peuters. Bij het vieren van een verjaardag mag er getrakteerd worden. Wel vragen we aan de ouders rekening te houden met de tanden en liever geen snoep uit te delen. Ook kunnen er kinderen zijn die een speciaal dieet hebben en daarom geen snoep mogen eten. We adviseren om de leidster dezelfde traktatie te geven als de kinderen. We adviseren ouders om de viering van het kind mee te maken. Ouder worden als het mogelijk is dan ingedeeld als hulpouder. Of de ouder komt om 10.30 uur tijdens de kring.
 
 

2.2 Verzorging

2.2.1 Veiligheid en welbevinden

 
Zindelijk worden
Kinderen die 3 jaar zijn worden mee genomen in het toilet bezoek. Hier worden ze gestimuleerd om op het toilet te gaan. Er wordt een kaart opgehangen en als het gelukt is krijgt het kind een sticker en mag die zelf opplakken.
Als extra stimulatie krijgt het kind een plasdiploma als het zonder luier kan.
Kinderen die net zindelijk zijn wordt vaker de opdracht gegeven naar het toilet te gaan.
Wanneer er toch een ongelukje gebeurt, wordt dit als niet erg gevonden .Maar er wordt gezegd ; “Dat kan gebeuren geeft niet. We gaan een droge broek aan doen. Kijken of mama er 1 in je tas heeft gedaan”.

2.2.2Eten en drinken

 
Alle kinderen krijgen melk in de kleur beker die bij de kleur van de dag hoort.
Kinderen die geen melk mogen of echt niet lusten nemen van thuis een beker mee.
De hulpouder schilt de appeltjes en het kindje van de hulpouder mag de appeltjes uitdelen. Ieder kindje krijgt 2 stukjes (halve appel)

2.3Fysieke veiligheid en gezondheid

 
De speelzaal volgt de richtlijnen van de GGD en de brandveiligheid .
De speelzaal bezit een calamiteitenplan en de ontruimingsoefening wordt geregelmatig gehouden.
De speelzaal is in het bezit van risico inventarisaties ten behoeve van de gezondheid en veiligheid en de hierop gespitste protocollen die op de speelzaal zijn in te zien.
Alle pedagogisch medewerkers zijn in het bezit van een geldig EHBO en BHV diploma. Zowel de beroepskrachten als de hulpouders beschikken over een VOG (Verklaring Omtrent goed Gedrag).

 

2.3.1Vier ogen principe

 
Onder dit principe wordt verstaan dat de beroepskracht en andere volwassenen op de speelzaal, de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij/zij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. Dit betekent dat altijd iemand moet kunnen meekijken of meeluisteren.
Op de peuterspeelzaal zijn we minimaal met twee volwassen personen aanwezig.
Om elkaar te kunnen horen en zien worden de ramen niet volgeplakt met werkjes en aankondigingen. De verschoon- en toiletruimte is goed inzichtelijk en de deuren worden open gelaten tijdens gebruik van de ruimte.
We spreken elkaar aan op elkaars gedrag en er is een protocol wat voorziet in richtlijnen wanneer een collega grensoverschrijdend gedrag vertoond.
 

2.3.2Achterwachtregeling

 
De pedagogisch medewerker staat nooit alleen op de groep, er is te allen tijde een tweede volwassene aanwezig. Bij ziekte van de pedagogisch medewerker zorgt de coordinator voor vervanging, bij ziekte van de hulpouder zorgt de pedagogisch medewerker voor vervanging en indien dit niet lukt, meld zij dit bij de coordinator.
 

2.4Overdracht van normen en waarden

 
Elk kind heeft recht op een goede verzorging en de mogelijkheid om zich op alle ontwikkelingsgebieden te ontplooien. Het kind heeft er recht op om zijn/haar gevoelens te uiten en zichzelf te zijn, waarbij rekening gehouden moet worden met de anderen in de groep. Van de kinderen verwachten we dat ze zich houden aan de regels, waarden en normen van de peuterspeelzaal voor zover dat in hun vermogen ligt. Hierbij houden we rekening met hun leeftijd en ontwikkeling.
De leidster benaderen de kinderen zoveel mogelijk op een positieve manier. Dit doen zij door complimentjes te geven aan de kinderen als zij iets goed doen. Wanneer een kind iets niet mag en hij doet het toch, dan legt de leidster uit waarom dit niet mag. Soms is het nodig dat de leidster een kind toch moeten straffen. Een straf wordt dan aan het kind uitgelegd zodat het kind begrijpt waarom het straf heeft gekregen. De straf wordt direct gegeven, is kort en niet fysiek. De straf bestaat uit even apart zitten en tot rust komen. Uitgangspunt bij straffen is dat niet het kind wordt afgekeurd, maar zijn gedrag.
 

2.4.1Verschillende culturen, geloven en identiteit

 
In de peuterspeelzaal hebben we te maken met de Nederlandse cultuur en diverse andere culturen en geloven. Hierdoor hebben we te maken met verschillende normen en waarden. In peuterspeelschool Varik  willen we de Nederlandse cultuur niet tot norm verheffen en blijven openstaan voor andere culturen. Door de kinderen kennis te laten maken met de verschillende achtergronden willen we ze leren begrip op te brengen voor verschillen die er zijn en dit te respecteren en waarderen. Er zijn boekjes, poppen en puzzels aanwezig die wat laten zien van andere culturen. Eventuele eigen inbreng van ouders (b.v. met liedjes, verhalen etc. uit het land van herkomst) is zeer welkom.

 

 

 

2.4.2 Taalbeleid

 
Op onze speelzaal wordt alleen de Nederlandse taal gesproken.
 

2.5Volgen en signaleren

 
Kinderen tussen de nul en de vier jaar ontwikkelen zich razend snel. Onder de juiste omstandigheden gaat die ontwikkeling meestal vanzelf. Als een peuter in de groep erg afwijkt in de ontwikkeling of zich anders gedraagt valt dit op. In de peuterspeelzaal is veel contact tussen de ouders en de leidster. Als er bijzonderheden zijn in de ontwikkeling zal de leidster dit bespreken met de ouders. Zij kan de ouders  adviezen geven en ze weet vaak ook welke ander instanties ouders en hun peuter kunnen helpen bij ontwikkelingsproblematiek.
 

2.5.1Observeren van kinderen

 
Om de ontwikkeling van de peuters zo effectief mogelijk te stimuleren maken wij gebruik van een methode dat voldoet aan de eisen voor vroeg- en voorschoolse educatie. Hierdoor wordt er aandacht besteedt aan alle gebieden die van belang zijn voor een goede ontwikkeling van de peuter.
 
Wij proberen zo vroeg mogelijk de problemen in de ontwikkeling van de peuters te signaleren . Zo dat er al zo vroeg mogelijk iets aan gedaan kan worden.
Daarom vinden wij voor en vroeg schoolse educatie heel erg belangrijk en doen dit met de hele groep.
De peuters die het echt nodig hebben nemen wij tijdens het speelmoment even apart of geven die extra individuele aandacht of gebied van taalontwikkeling of motoriek.
Als basis wordt er gewerkt met peuterplein , wat heel goed aansluit bij kleuterplein de methode waar groep 1 en 2 van de basisschool mee werkt.
Peuterplein wordt voor de hele groep in gezet en werkt in thema’s die aansluiten bij de beleefwereld van de peuter.
Bij iedere thema worden basiswoorden aangeboden die dan weer uitgebreid worden met een woordweb. De komen 4 weken lang aan bod zodat de woorden goed aangeleerd worden en de woordenschat vergroot wordt.
Ook wordt er veel voorgelezen en gezongen om de woordenschat te vergroten.
 
De peuters worden regelmatig geobserveerd en 1 maal per jaar ,in november, wordt deze observatie geregistreerd bij Kijk. Kijk is een registratieprogramma dat ook in de onderbouw van de basisschool gebruikt wordt. Zo is er een duidelijke doorgaande ontwikkelingslijn ontstaat.
De volgende ontwikkelingen worden geregistreerd.
Omgang met jezelf
Omgang met anderen
Taalontwikkeling
Spelontwikkeling
Zelfredzaamheid
Grote motoriek
Kleine motoriek
Ontluikende geletterdheid
Ontluikende gecijferheid
Cognitieve ontwikkeling
 
Kijk wordt bij alle peuter vastgelegd.
 
Naast de Kijk worden de peuters ook getoetst met de Cito voor peuters.
Taal ruimte en ordenen komen hier aan bod.
Dit wordt alleen bij de drie jarigen gedaan in januari en juni.
 
Als deze gegevens gaan wanneer de peuter naar de peuterspeelzaal verlaat met het kind mee naar de basisschool.
Deze gegevens worden ook 2 maal per jaar besproken met de ouders/verzorgers tijdens de 10 minuten gesprekken.
 

2.5.2Kinderen die opvallen

 
Kindermishandeling
 Kindermishandeling is een beladen begrip. Ouders mishandelen hun kinderen meestal niet met opzet, maar omdat het hun gewoon niet lukt om hun kinderen de zorg te geven die ze nodig hebben.
Bij kindermishandeling denken veel mensen aan slaan. Maar het is ook mishandeling als een kind geen aandacht en genegenheid krijgt, als het seksueel misbruikt of slecht verzorgd wordt.
Ook kinderen stelselmatig negeren, kleineren treiteren en uitschelden is mishandeling. De vijf vormen van kindermishandeling zijn: lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, emotionele mishandeling, emotionele verwaarlozing en seksueel misbruik. Meestal gaat het om een combinatie van deze vormen. Bij mishandeling komen kinderen iets te kort of wordt hen iets aangedaan waardoor zij lichamelijk of psychische schade oplopen. De ontwikkeling van kinderen loopt gevaar als het ouders niet lukt hun de zorg te geven die ze nodig hebben.
Dat kan bijvoorbeeld komen door persoonlijke problemen van een of van beide ouders, door problemen in hun relatie of door gedragsproblemen van het kind. Ook andere omstandigheden kunnen maken dat ouders niet genoeg rekening houden met de belangen van hun kinderen. Meestal doen zij dat niet bewust, maar uit onmacht of frustratie. Als ouders er zelf niet uitkomen en ook geen hulp zoeken, kunnen hun kinderen ernstig in de knel komen. In de situatie van die kinderen komt dan meestal alleen verandering wanneer mensen in hun omgeving iets ondernemen. Als er een vermoeden bestaat van kindermishandeling wordt het protocol meldcode van de SPGG gehanteerd.
 
Peuters met een verstandelijke of lichamelijke beperking
De peuterspeelzaal is toegankelijk voor kinderen met een verstandelijke en of een lichamelijke beperking.
 
Criteria waar naar gekeken wordt bij plaatsing van deze kinderen:
  • Iedere aanmelding wordt individueel bekeken
  • De leidinggevende beslist in welke groep het kind geplaatst wordt in overleg met de desbetreffende pedagogisch medewerkers
  • De plaatsing moet puur om de sociale aspecten gaan
  • Er wordt gekeken in welke mate het kind mobiel is
  • Sociaal contact moet mogelijk zijn
  • De plaatsing mag niet ten koste gaan van de groep of de pedagogisch medewerker
  • Een goed overleg tussen pedagogisch medewerker en ouders is noodzakelijk zodat er voldoende kennis is over de handicap en verzorging van het kind
  • Samenwerking met de organisatie waar het kind al komt, dit in overleg met de ouders
  • De pedagogisch medewerker hebben regelmatig overleg met de ouders, hierbij zijn zij vooral duidelijk en eerlijk naar de ouders. 
Overlijden en rouw
De dood is iets wat bij het leven hoort en de peuter gaat hierop een natuurlijke manier mee om. Een peuter kan al een gevoel van verlies en emotie ervaren. Het overlijden van een huisdier kan een enorme impact hebben, laat staan een familielid. Er bestaat wel een vorm van scheidingsangst, ze zijn bang dat hun ouders of dierbare hen verlaten.
Hoe gaan we als pedagogisch medewerker om met de dood of de naderende dood:
Als de ouder komt vertellen dat er iemand in de directe omgeving (vader, moeder, broertje, zusje) van de peuter ongeneeslijk ziek is en daardoor kan komen te overlijden dan:
  • Geeft de pedagogisch medewerker de ouder de kans en tijd om hierover te praten (luisterend oor)
  • Er wordt aan de ouder gevraagd om een vervolgafspraak om zo samen met de naaste collega en de ouder over dit onderwerp te praten
  • De pedagogisch medewerker vraagt na wat de peuter over deze situatie is verteld.
  • De pedagogisch medewerker vraagt na hoe in deze situatie de thuissituatie is 
    Als men komt vertellen dat diegene is komen te overlijden dan:
  • Neemt de pedagogisch medewerker contact op met de ouder
  • Er wordt met de ouder besproken hoe men de peuter dat heeft verteld 
    Op de speelzaal kunnen de pedagogische medewerkers de peuter spelenderwijs begeleiden in zijn rouw en verwerkingsproces door:
  • Het voorlezen van boekjes
  • Rollenspel te spelen
  • Kringgesprek of groepsgesprek
  • Praten met en luisteren naar de peuter
  • D.m.v. knutselen, bijvoorbeeld tekenen
 

3Ouders

 
De ouders spelen een belangrijke rol binnen onze speelzaal. Zij hebben een voorbeeldrol in de opvoeding van de kinderen. Dit wordt door ons gerespecteerd. Bij verschillen in beleving tussen pedagogisch medewerker en ouder wordt dit in het belang van het kind, bespreekbaar gemaakt met de ouder.
 
3.1       Contacten en samenwerking met de ouders
 
Als de ouders vragen hebben over het functioneren van het kind op de peuterspeelzaal, dan kunnen zij altijd bij de pedagogisch medewerker  terecht. Tijdens elk bezoek van het kind aan de peuterspeelzaal is er nadien gelegenheid om met de pedagogisch medewerker  te spreken.
Andersom zal de pedagogisch medewerker  , de ouders bij bijzonderheden met het kind hierover informeren.
Als het nodig is kan een afspraak buiten de peuterspeelzaaltijden om worden gemaakt. Daarnaast is er een maal per jaar een 10-minutengesprek voor iedere peuter en voor de drie-jarige peuters is dat twee maal per jaar.
 

              3.2 Meepraten en adviseren in de ouderraad

 
Een ouder van onze speelzaal neemt deel aan de ouderraad en wordt op de hoogte gehouden van allerlei ontwikkelingen die ouders aan gaan. Ongeveer 1x per 2 maanden is er een ouderraadvergadering.
 

3.3Klachtenregeling

 
De klachtenregeling is op de speelzaal aanwezig en in te zien, maar ook op de website www.spgg.nl
 

4Externe contacten

 

4.1 Overdracht naar de basisschool

 
Er wordt gewerkt met overdrachtsformulieren die zijn ontwikkeld in samenwerking met de basisscholen. Het overdrachtsformulier wordt enkele weken voordat het kind naar de basisschool gaat, na observatie van de peuter, ingevuld. Ouders kunnen dit formulier thuis doorlezen en eventuele vragen en opmerkingen met de pedagogisch medewerker bespreken.
 

4.2 Deelname aan een brede school

 
De peuterspeelzaal neemt geen deel aan een brede school, maar zal met name nauwe contacten onderhouden met  basisschool Burgemeester Westerbeek  van Eertenschool.
 

4.3Consultatiebureau en CJG

 
De verpleegkundigen van het consultatiebureau zijn ons eerste aanspreekpunt. Ouders verwijzen wij eventueel door naar het CJG.
 
 
 
.