Dyslexieprotocol

 

De protocollen van het Expertisecentrum Nederlands zijn in de eerste plaats bedoeld om het onderwijs aan lln. met (potentiële) lees- en spellingproblemen te verbeteren. Het gaat daarbij zowel om het vroegtijdig signaleren en het inzetten van gerichte interventies als om het professionaliseren van leerkrachten. Het protocol is een handreiking, waarin o.a. handelingssuggesties en achtergrond informatie beschreven staan.

In de onderbouw ligt de nadruk op het vroegtijdig signaleren en aanpakken van lees/spellingproblemen. In de bovenbouw gaat het om het voortzetten van de aanpak en het blijven volgen van deze lln.

 

Onze school

De ontvangen protocollen hebben we aangepast aan onze school en zijn uitgewerkt in meerdere stappenplannen. De lln. worden binnen onze school gevolgd vanaf groep 1. Het verloop en de toetsmomenten en momenten van interventie zijn vastgelegd in stappenplannen. Belangrijke gegevens en kenmerken worden doorgegeven aan de leerkracht van het volgende schooljaar. Zo is er voor de leerkracht in groep 3 meteen bekend welke lln. risico lln. zijn. Hier kan de leerkracht meteen op inspringen en deze lln. een gerichte aanpak geven.

In groep 3 wordt bij alle lln. de ‘herfstsignalering’ afgenomen. Hier komen risico lln. uit naar voren, waar meteen mee gewerkt kan worden. Op vaste toetsmomenten worden deze lln. gevolgd en zo nodig besproken met en/of behandeld door de RT-er.

In maart groep 3 wordt er bij lln. met lees- en/of spellingproblemen gestart met het diagnostisch onderzoek van technisch lezen en aanvankelijk spellen (lees/spelling analyse).

Deze lln. worden vanaf dat moment gericht gevolgd door de RT-er.  Er wordt door de leerkracht en de RT-er samen een handelingsplan gemaakt en hier wordt in de klas en bij RT aan gewerkt. Bij deze lln. is er mogelijk sprake van dyslexie. De lln. met mogelijke dyslexie krijgen binnen onze school de aanpak alsof ze dyslectisch zijn.

Dit betekent dat aanpassingen en compensatie mogelijk zijn en er een intensieve begeleiding voor lezen en/of spelling is. De aanpassing en compensatie mag zonder verklaring niet bij de Cito toetsen.


Tijdens het volgen van deze lln. wordt in de loop van de tijd duidelijk of er sprake is van hardnekkigheid. Ouders krijgen het advies om extern een dyslexieonderzoek af te laten nemen. Als een ll. zo’n verklaring heeft kan er extra tijd en hulpmiddelen worden aangeboden. Dit mag dan ook tijdens de Cito toetsen. De meeste dyslexieonderzoeken worden uitgevoerd door Marant en bij ernstige dyslexie start er op school een behandeling door Marant.

Is er bij een ll. wel een sterk vermoeden, maar kan op basis van de gegevens nog niet worden vastgesteld of er sprake van dyslexie is, dan wordt dit wel doorgegeven aan het voortgezet onderwijs met een aantekening in het overdrachtsformulier (zie protocol verwijzing po-vo). Indien nodig wordt er een kort verslag gemaakt voor het voortgezet onderwijs.


Vanaf 1 januari 2009 zit diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie in het basispakket van de zorgverzekering. Kijk voor meer informatie bij zorg nieuws.
 

Wanneer is er sprake van dyslexie?:

Protocol

In het protocol leesproblemen en dyslexie voor groep 5 t/m 8 gaan ze ervan uit dat een leerling dyslectisch is, wanneer hij op tenminste drie opeenvolgende meetmomenten een E-score haalt op de DMT en/of een E-score op Cito spelling, ondanks de extra begeleiding door de leerkracht of leesspecialist op school.
 

Stichting Dyslexie Nederland

In verschillende publicaties van de Stichting Dyslexie Nederland staat, dat er sprake is van een hardnekkig lees-/spellingsprobleem wanneer een leerling herhaaldelijk, ondanks extra begeleiding door de leerkracht of remedial teacher, tot de zwakste 10 procent scorende leerlingen op genormeerde lees-/spellingtoetsen behoort.